woensdag 17 januari 2018

Het Prentenboek vordert

Cover van Het Prentenboek.
Ruim twee jaar werken René Nauta en ik nu aan Het Prentenboek en hopelijk is het voor de zomer van 2018 écht klaar. Het wordt hoe dan ook een kloek boek over voetafdrukken van zoogdieren, vogels, reptielen, amfibiën en insecten. Het boek bestaat uit zeven hoofdstukken, waarvan er nu vijf af zijn en naar vormgever Welmoet Wartena zijn gestuurd. Ook hoofdstuk 7 is zo goed als klaar. Het wordt dus steeds spannender.

We hebben nog zo'n twee maanden nodig om het hart van het boek af te ronden waarin de voetafdrukken van meer dan honderd verschillende diersoorten worden behandeld. De teksten worden voorzien van heel veel foto's en tekeningen. In de afgelopen twee jaar zijn we door het bestuderen van de voetzolen van dieren, het bekijken van honderden prenten in het veld en van foto's in ons eigen archief nog weer tot allerlei nieuwe inzichten gekomen. Dat maakt het schrijven van het boek ook voor onszelf tot een fantastische leerschool.

Een van de vele tekeningen uit het boek. ©René Nauta. 
In het boek is ook veel aandacht voor verhalen. Verhalen die niet meteen ingaan op allerlei technische details van voetafdrukken, maar meer over de avonturen er omheen. Veel van dat soort verhalen vind je ook hier op Natuurspoor en in mijn maandelijkse diersporenartikel in het Friesch Dagblad (klik hier voor een voorbeeld). Als je de laatste nieuwtjes over Het Prentenboek wilt volgen, verwijs ik je graag naar de speciale website over het boek www.hetprentenboek.eu.


donderdag 11 januari 2018

Beestachtig mooie lezing van Tonnie Sterken

Mijn natuurvriend Tonnie Sterken is al meer dan een halve eeuw natuurman in hart en nieren. Ik leerde hem ruim tien jaar geleden kennen als de man die de roofvogels inventariseerde in de boswachterij Veenhuizen. Ons eerste gesprekje ging over het verdelen van dat werk. Hij doet vanaf dat moment het zuidelijke deel van de boswachterij, ik het noordelijke deel. Maar al snel trokken we er ook regelmatig samen op uit.

In de loop der jaren verbreedde Tonnie zijn horizon en werd een van de fanatiekste dassenspeurders die ik ken. En daarna volgden bijna als vanzelf de boommarters, de otters, de bevers en nog veel meer. Al jaren legt hij veel van die dieren vast met zijn cameravallen. Tonnie heeft een bijzonder talent om die camervallen precies op die plek te zetten waar de dieren langskomen en interessant gedrag laten zien. Hij heeft inmiddels duizenden van die filmpjes verzameld.

Nu verzorgt hij op verzoek voor groepen een prachtige lezing met zijn mooiste filmpjes. Bevers die modder naar hun burcht dragen, uitbundig spelende jonge dassen, otters die rollend onder een brug hun territorium markeren, allerlei vogelsoorten enzovoort. Bij die beelden weet Tonnie ook nog eens prachtige verhalen te vertellen. Kortom, een echte aanrader. Wil je Tonnie boeken, dan kun je contact met hem opnemen via de mail tonniesterken@kpnplanet.nl.

Hieronder een mooi voorbeeld uit zijn repertoire. Een ottermoeder, spelend met haar jong. Wel even op groot scherm bekijken.


maandag 27 november 2017

De vossen van Weil

Prachtige prenten van een vos, gevonden in in Havelte in betere tijden.

De regen van de laatste dagen heeft van elk favoriet zandpad een heuse rivier gemaakt. Al dagen kijk ik reikhalzend uit naar op zijn minst een droge nacht. Ik wil namelijk zo graag weer eens een mooie vossenprent vinden. Aan de andere kant dank ik de almachtigen van deze wereld op mijn blote knietjes dat ik überhaupt weer in de regen buiten kan lopen. 

De afgelopen vier weken werden namelijk nogal in beslag genomen door het herstellen van de Ziekte van Weil, een vrij heftige bacteriële infectie die onder andere wordt verspreid via de urine van bruine ratten. Ik ben tien dagen heel ziek geweest en moest vijf dagen in het ziekenhuis verblijven met als dieptepunt acuut lever- en nierfalen. Door een tijdige diagnose en dito behandeling - ook al was de eerste sneltest negatief - is me erger leed waarschijnlijk bespaard gebleven en zijn mijn nieren in ieder geval volledig hersteld. 

Na twee weken aansluitende wandel- en bankligrevalidatie voelde ik me vandaag weer sterk genoeg om wat te struinen in een stukje bos wat verder van huis. Ik verheugde me op het zwerftochtje, maar had, zoals altijd, ook een boodschappenlijstje. Ik was bijvoorbeeld nieuwsgierig hoe het de das verging die een tijdje geleden serieuze plannen leek te hebben voor het bouwen van een nieuwe burcht. Als basis gebruikte hij een verlaten en nagenoeg dichtgegroeid vossenburchtje. Een maand of twee geleden toen ik er voor het laatst was, had hij (of zij) dit uitgebreid met 2 nieuwe pijpen.

Verse latrine van een das. 


Er was niet veel veranderd, al kon ik zien aan de vele wroetsporen in de grond en aan het feit dat de reëenwissel die vlak lang een burchtje loopt een stuk breder was geworden dat er in ieder geval nog 1 das rondscharrelt. Ongeveer 25 meter verderop vond ik een nieuw burchtje met vers vergraven zand en net buiten het bos een al even verse latrine. Maar ook op deze nieuwe plek was het grondverzet nog niet heel indrukwekkend. Maar zo gaat het vaak. Een tijdje lijkt het alsof een das op zo'n plek een beetje aan het klussen is met een zomerhuisje en dan ineens, vaak als er een partner is gearriveerd, verandert het zomerhuisje in no time een kasteel.

Uitwerpsel van das in de latrine. Ze eten nu nog mais van de overgebleven kolven op de akkers. 
Ik struinde verder zuidwaarts en koerste aan op een stuk met oude fijnsparren. Ik hou van dit soort bossen. De bodem is er bedekt met een dik en zacht mostapijt. Je zou er even kunnen gaan liggen en toen ik weer thuis was bedacht ik me pas dat ik gewoon had moeten doen. Maar ik had de eekhoorns in de kop. Zo lang ik me kan herinneren vind ik hier al afgekloven kegels van sparren als teken van hun aanwezigheid, terwijl ik ze zelf hier nog nooit gezien heb. Het laatste tijd kwamen daar echter geen verse afgekloven kegels meer bij. En ook de mij bekende eekhoornnesten in de lariksen even verderop zijn nu oud en vervallen. Het lijkt alsof de eekhoorns uit dit bos verdwenen zijn. En ik krijg de indruk dat dit in meer bossen in Drenthe aan de gang is. Maar dat zou ik natuurlijk beter moeten onderzoeken voor ik dat beweer.

In een ander gedeelte van het bos vond ik een mooi stammetje dat door een zwarte specht aan grote splinters was gehakt. Ik zag aan de lege keverlarvegangen in het hout dat was overgebleven dat hij een groot aantal eiwitbommetjes had bemachtigd. Nu mieren nauwelijks meer actief zijn, neemt het aandeel keverlarven in het zwarte spechten-menu weer toe. En het is iedere keer weer fascinerend om te zien hoe groot die houtsplinters zijn die een zwarte specht uithakt om bij die larven te komen. Probeer het zelf maar eens met een mes of schroevendraaier. Dat valt nog niet mee!

Foerageersporen op keverlarven door zwarte specht. 


Tot slot liep is dus nog even over een van die al eerder genoemde verregende zandpaden in de ijdele hoop op de prent van een vos. Ze hebben er zelf natuurlijk geen benul van, maar de wetenschap dat er buiten altijd vossen zullen zijn, was voor mij, 'gevangen' binnen de vier muren van dat ietwat treurige ziekenhuis, een buitengewoon opbeurende gedachte.